Liturgie
Liturgie 08 maart 2026
Liturgie 8 maart 2026 Munnekezijl 3e lijdenszondag
Thema: EEN NIEUWE KANS
Inloop vanaf 10:30 uur
Aanvangstijd: 11:00 uur
Voorganger: Mw. Folbert-van der Heide uit Ternaard
Oppas (Cobi) en kindernevendienst (Amber)
Koffie verzorgd door: familie Klaas / Durkje
Organist: Onno Zuidema
Zingen voor de dienst: ELB 170: 1 en 2 Groot is Uw trouw o Heer
Groot is uw trouw, o Heer mijn God en Vader
Er is geen schaduw van omkeer bij U
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
die Gij steeds waart, dat bewijst Gij ook nu
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond
Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden
en uw nabijheid, die sterkt en die leidt
Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond
Welkom

Stil Gebed
Intochtslied: Ps. 65: 1 en 3 De stilte zingt U toe o Here
1 De stilte zingt U toe, o Here,
in uw verheven oord.
Wij zullen ons naar Sion keren
waar Gij ons bidden hoort.
Daar zal men, Heer, tot u zich wenden,
tot U komt al wat leeft,
tot U, o redder uit ellende,
die alle schuld vergeeft.
3 Gij antwoord met geduchte daden,
Gij treedt voor ons in ’t krijt.
God van ons heil, Gij gaat te rade
met uw gerechtigheid.
O Gij vertrouwen aller landen
die ver gelegen zijn,
Gij houdt het oordeel in uw handen,
de aarde is uw domein.
Toenaderingsgebed
Zingen: 834: 1,2 en 3 Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht
1 Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht!
God, laat mij voor uw aangezicht,
geheel van U vervuld en rein,
naar lijf en ziel herboren zijn.
2 Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij;
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg die U behaagt.
3 Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig Licht,
van aangezicht tot aangezicht.
Leefregel: Jacobus 1: 12-15 NBV21
12 Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem liefheeft. 13 Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’ Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals Hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht. 14 Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. 15 Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort.
Psalmen voor nu: psalm 1 Gefeliciteerd
Kindernevendienst
Paas project kinderkerk
Zingen: wij gaan voor even uit elkaar
Hierna kunnen zij naar de nevendienst
Gebed bij de opening van de Schriften
1e lezing: 2 Sam. 12: 16-25 NBV21
16 David bad tot God voor de jongen. Hij vastte streng en legde zich ’s nachts op de grond te slapen. 17 De hovelingen probeerden hem ertoe te bewegen van de grond op te staan, maar hij weigerde, en hij wilde ook geen eten aannemen. 18 Na zeven dagen stierf het kind. Davids dienaren durfden hem niet te zeggen dat het kind was gestorven. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Toen het kind nog leefde wilde hij al niet naar ons luisteren. Hoe kunnen we hem dan zeggen dat het gestorven is? Hij zal een ongeluk begaan.’ 19 David zag zijn dienaren met elkaar fluisteren. Hij begreep dat het kind gestorven was en vroeg hun: ‘Is mijn kind dood?’ ‘Ja, het is gestorven,’ antwoordden ze. 20 David stond van de grond op, nam een bad, wreef zich in met olie en trok andere kleren aan. Hij ging het huis van de HEER binnen en knielde. Daarna ging hij naar huis en liet zich iets te eten brengen. 21 Zijn dienaren vroegen hem: ‘Hoe kunt u dat nu doen? Toen het kind nog leefde, vastte u en stortte u tranen, maar nu het gestorven is, staat u op en gaat u eten.’ 22 Hij antwoordde: ‘Toen het kind nog leefde, vastte ik en stortte ik tranen. Ik dacht: Wie weet is de HEER me genadig en blijft het kind in leven. 23 Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij.’
24 David troostte zijn vrouw Batseba. Hij sliep met haar en ze kreeg een zoon, die hij Salomo noemde. De HEER had het kind lief 25 en gaf het bij monde van de profeet Natan de naam Jedidja.
Zingen: Ps. 51: 1 en 5 Ontferm u God, ontferm U, hoor mijn klacht
1 Ontferm U God, ontferm U, hoor mijn klacht,
ik roep tot U, vergeef, vergeef mijn zonden.
Herstel mijn hart, zie, hoe het is geschonden.
Door eigen schuld verzink ik in de nacht.
Wees mij nabij naar uw barmhartigheid,
reinig mij door uw diepe mededogen.
Om al mijn kwaad kwelt zich mijn hart en schreit,
mijn zonden staan mij dagelijks voor ogen.
5 Schep in mij, God, een hart dat leeft in 't licht,
geef mij een vaste geest, die diep van binnen
zonder onzekerheid U blijft beminnen,
verwerp mij niet van voor uw aangezicht.
Ontneem mij niet uw heilge Geest, o God,
laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden,
en richt geheel mijn wil op uw gebod,
dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.
2e lezing: Luc. 13: 1-9 NBV21
1 Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die Hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met dat van hun offerdieren. 2 Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat lot ondergaan hebben? 3 Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4 Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5 Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’
6 Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. 7 Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij put alleen maar de grond uit.” 8 Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven. 9 Misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’
Zingen: 841: 1 en 2 Wat zijn de goede vruchten
1 Wat zijn de goede vruchten,
die groeien aan de Geest?
De liefde en de vreugde,
de vrede allermeest,
geduld om te verdragen
en goedertierenheid,
geloof om veel te vragen,
te vragen honderd-uit;
2 geloof om veel te geven,
te geven honderd-in,
wij zullen leren leven
van de verwondering:
dit leven, deze aarde,
de adem in en uit,
het is van Gods genade
en zijn lankmoedigheid.
Verkondiging
Luisterlied: Sela ‘Ken mijn hart’
Dank en voorbeden
Collecte
Kinderen komen terug
Slotlied: 215: 1,2, 3 en 6 Ontwaak, o mens de dag breekt aan
1 Ontwaak, o mens, de dag breekt aan,
die u Gods liefde doet verstaan
als nieuw, nu gij door slaap en nacht
weer 't leven vindt, verstand en kracht.
2 Rondom wie bidden dag aan dag
zijn wond'ren, die geen oog ooit zag,
een nieuw geloof, een nieuwe hoop,
een nieuwe kracht door 's Geestes doop.
3 Al wat geliefd is en vertrouwd,
het wordt voor wie Gods licht aanschouwt
met glans en heerlijkheid verguld,
want het bestaat in Gods geduld.
6 De kalme gang, de kleine taak,
zijn ruim genoeg voor Godes zaak.
Onszelf verliezen in 't gebod
brengt dagelijks nader ons tot God.
Wegzending en zegen
